2012-11-06

’n Lewe met taal

Die bydrae hier onder het op Saterdag 3 November op Neder-L verskyn.
Met toestemming van die skrywer herhaal ons dit graag hier.


Profielwerkstuk

Deur Marc van Oostendorp


Beste professor, Wij zijn Michiel en Yoni en wij moeten een profielwerkstuk schrijven voor school (6VWO). Wij hebben gekozen voor het thema 'dialect'. Kunt u ons informatie sturen over dialect? We hebben op internet uw artikel gevonden over dialecten maar we snapten het niet. We moeten ons werkstuk a.s. woensdag inleveren.


Beste Michiel en Yoni,

Ik zal iets opbiechten.
Mijn droom is: ooit een scholier ervan te overtuigen dat hij of zij taalkunde moet gaan studeren. En dat die scholier dan gaat promoveren en uiteindelijk professor wordt. Dan is mijn leven pas geslaagd.

Zolang ik het niet bereikt heb, blijf ik e-mails zoals die van jullie braaf beantwoorden en jullie uitnodigen en geduldig wachten terwijl jullie een opname-app op jullie smartphone aanzetten en een papieren blaadje met enkele vragen (‘1. Hoeveel dialecten zijn er in Nederland?’) tevoorschijn heeft gehaald die jullie dan een voor een voorlezen.

Ik kan niet zo goed uitleggen waarom dit mijn droom is. Ik begrijp ook wel dat niemand er wat aan heeft, behalve dan die ene persoon die ik zou overtuigen, want die krijgt een prachtig leven – nadenken en schrijven en luisteren en praten en lezen over iets wat de hele tijd om ons heen hangt en waar zoveel over te vertellen is: de taal.

Als ik eerlijk ben, weet ik eigenlijk niet eens wat taal precies is. Het zit in onze hersenen, zeggen sommigen. Het ontstaat alleen wanneer je mensen bij elkaar zet en ze praten, zeggen anderen. Dat kan natuurlijk niet allebei tegelijk waar zijn, maar dat is het wel. En in ieder geval valt er van alles aan te bestuderen en op te merken: hoe we met allerlei subtiele bewegingen leren praten en elkaar in rumoerige ruimtes toch kunnen verstaan, hoe we woorden tot steeds weer nieuwe zinnen aaneen kunnen vlechten, hoe we in gesprekken feilloos weten wanneer we kunnen beginnen te praten en dat ook meteen doen, hoe we gedichten kunnen lezen vol taal die we nooit eerder hebben gezien en daar dan toch betekenis aan toekennen. En ga zo maar door.

Als ík voor de keuze stond, en weer moest gaan studeren, hoop ik dat ik sterk genoeg was om weer voor de taalkunde te kiezen. Heel rijk ben ik er tot nu toe niet van geworden – maar je weet natuurlijk maar nooit – en mijn vak is ook niet nuttig volgens velen omdat niemand er rijk mee wordt en je er ook niemand gezond van maakt. (De twee definities van nut: gezondheid en bezit.) Maar de mens is van nature nieuwsgierig en hoe kan hij nou niet nieuwsgierig zijn naar die wolk van woorden die de hele tijd om hem heen hangt? En aangezien die wolk hem pas echt tot een mens maakt – hoe kan hij er niet beter van worden als hij die wolk een beetje beter begrijpt.

Maar daar vroegen jullie niet om. In het attachment zitten wat pdf's met informatie over Nederlandse dialecten. Ik hoop dat jullie die beter begrijpen dan het artikel dat jullie gevonden hebben.

Marc van Oostendorp is senior navorser aan die Meertens Instituut en professor in Fonologiese Mikrovariasie aan die Universiteit van Leiden.

No comments:

Post a Comment